Risico inventarisatie en evaluatie (RIE) formulier
1) Bedenken en uitwerken activiteit Bij het bedenken en uitwerken van een activiteit speel je denkbeeldig het filmpje van de uitvoering van de activiteit (en transport daarnaar toe) af. 2) Invullen risico inventarisatie en evaluatieformulier Bij het invullen van een risico inventarisatie en evaluatieformulier bedenk je bij elke vraag:
  • Eerst: Is deze vraag van toepassing (relevant) of niet van toepassing (N.v.t.)
  • Daarna: indien de vraag wel van toepassing is, dan bedenk je welke beheersmaatregel je zou moeten treffen bij het invullen van Ja of Nee.
  • Vervolgens geef je in een korte toelichting aan of en hoe het risico beheersbaar gemaakt kan worden, danwel wat je doet als het risico toch een letsel/schade wordt.
Graag elke activiteit (dus ook een activiteit zoals begeleid vrij spelen of een kennismakingsspel) in een apart formulier invullen. bv.: Ga je op bivak/hike en je gaat daar bbq-en, dan vul je een formulier in voor bivak/hike en een formulier in voor eten bereiden. Wat is het verschil tussen risico en gevaar? Het is goed onderscheid te maken tussen gevaar en risico.
  • Risico heeft te maken met de kans dat iets niet goed kan gaan. Daarbij bepalen je eigen keuzes voor een groot deel of het wel of niet misgaat.
  • Gevaar is een rechtstreekse dreiging waar je zelf weinig invloed op uit kan oefenen.
De grens tussen gevaar en risico verandert naarmate kinderen ouder worden en zich verder ontwikkelen; voor een kind van 2 jaar is spelen bij open water een gevaar, terwijl dat voor een 12 jarige een risico kan zijn. Als vrijwilliger moet je een kind beschermen tegen gevaren, niet de risico’s wegnemen. Als een kind niet zelf de risico’s kan inschatten, omdat het daar de vaardigheden nog niet voor heeft of omdat de risico’s voor het kind niet zichtbaar zijn moet je als vrijwilliger dus ingrijpen. (bron: veiligheid.nl)
  • Wanneer is iets een reëel risico? Bedenk of er een reële kans is dat een risico een incident wordt.Bijvoorbeeld: Als je een tikspel doet of kinderen ergens vanaf laat springen is de kans op verstuiking reëel, maar bij normaal lopen naar een locatie is de kans op verstuiking nihil (zeker als je eerder hebt aangegeven dat je het terrein hebt gecontroleerd). Het kan altijd voorkomen dat er een verstuiking is, maar de vraag is of het risico bewust wordt opgezocht en daarmee reëel is of dat het iets is wat ondanks normaal (beheerst) gedrag ons overkomt. Als alles als reëel risico wordt aangevinkt, moet je ook voor al die risico's een beheersmaatregel nemen. Als blijkt dat je dat niet gaat doen, omdat het risico eigenlijk verwaarloosbaar/nihil is, dan moet je het risico ook niet als reëel beschouwen en niet zo aanvinken. We zien dan namelijk ook niet wat wel de echte risico's zijn waar we alert op moeten zijn en maatregelen voor moeten treffen.
  Verklaring keuzes en toelichting
  • Ja (voldoende) > de vraag is relevant (situatie komt voor). Bij beheersmaatregel betekent Ja (voldoende) dat de beheersmaatregel het risico voldoende reduceert/wegneemt. Bij een kans op een risico betekent Ja (voldoende) dat er een reëel risico is.
  • Nee (onvoldoende) > de vraag is relevant (situatie komt voor). Bij beheersmaatregel betekent Nee (onvoldoende) dat de beheersmaatregel het risico onvoldoende reduceert/wegneemt. Bij een kans op een risico betekent Nee (onvoldoende) dat er geen reëel risico is.
  • N.v.t. > de vraag is niet relevant (situatie komt niet voor). Er is verder geen toelichting nodig.
  • Weet ik (nog) niet > de vraag is mogelijk relevant. Voor de uitvoering van de activiteit/handeling moet er duidelijkheid zijn over het risico. De RIE moet aangepast worden op basis van de inventarisatie voorafgaande de activiteit/handeling.
  • Notitie/toelichting > onderaan het formulier licht je toe op welke manier de reële risico's beheersbaar worden gemaakt (welke maatregelen tref je).
 
Geef aan waar/door wie de vakantieweek of vakantieweekend georganiseerd wordt.
Geef aan voor welk subkamp of team dit formulier is ingevuld. 
JK, (Jongste Kamp), MK (Middelste Kamp), OK (Oudste Kamp), KS (Kookstaf), TD (Technische Dienst), Kampbreed (is voor weekcoördinator)
Vul jouw roepnaam en achternaam in.
Vul jouw e-mailadres in zodat je een afschrift van dit formulier kunt ontvangen.
Op welke datum wordt de activiteit uitgevoerd?
Wat voor soort activiteit ga je doen?
  • bivak/hike: in te vullen voor de overkoepelend activiteit bivak/hike. Voor de overige activiteiten tijdens de bivak/hike moet per activiteit een aparte RIE ingevuld worden.
  • eten bereiden (niet op kampvuur/vuurton), b.v.: bbq, stokbrood bakken, zelf pizza maken, marshmallows roosteren, popcorn poffen, fruitsalade maken.
  • eten bereiden op kampvuur (vuurton), b.v.: stokbrood bakken, zelf pizza maken, marshmallows roosteren, popcorn poffen.
  • kampvuur: kampvuur in de kampvuurcirkel, maar ook vuur in tonnen.
  • outdoor (zowel binnen als buiten), b.v.: klimmen, stormbaan, abseilen, tokkelen, kabelbaan, dropping, survival, bootcamp (in ieder geval geen watersportactiviteit).
  • zwemmen/varen, b.v.: zwemmen in oa zwembad, zee, meer, sloot, vaart, enz.
  • zwemmen/varen, b.v.: varen (zeilen, varen met motorboot, varen met roeiboot, meevaren met hoogaars, meevaren met rondvaartboot, varen met kajak/kano), maar ook overig watersport, zoals vlotten bouwen, waterskiën, waterfiets) op zee, meer, sloot, vaart, enz.. 
    (Een veerboot, watertaxi zijn vervoer per water vallen niet onder deze RIE, maar dienen te worden geselecteerd als vervoer bij een andere activiteit).
  • overig/algemeen: selecteren indien geen van de bovenstaande opties van toepassing is.
  • (RIE calamiteit, RIE gebruiksvergunning en brandveiligheid, RIE veiligheid 's nachts: invullen door de weekcoördinator i.o.m. projectcoördinator)
  • Geef de naam of beknopte omschrijving (uit het draaiboek/programma) van de activiteit.
    Algemene vragen
    Onderstaande items gelden voor elke activiteit. Denk er goed over na. Een ongelukje zit immers in een klein hoekje, maar is vaak eenvoudig te voorkomen. Gaat het toch mis? Zorg dan dat je weet hoe je kordaat kunt handelen.
    Belangrijke telefoonnummers zijn bekend vóór de start van de activiteit: actuele gegevens van dichtstbijzijnde dokterspost(en), tandarts, ziekenhuis en politie.
    Alle begeleiders hebben elkaars telefoonnummer in hun telefoon plus de EHBO-er/BHV-er van de locatie.
    Bij activiteiten (rond kamp en bivak) is rekening gehouden met de onbekendheid van deelnemers met de omgeving.
    De georganiseerde activiteit is aangepast aan de leeftijd en motoriek van de kinderen en begeleiders/vrijwilligers.
    De interne begeleiding bij activiteiten is voor de leiders zowel fysiek als t.a.v. tijdsbelasting acceptabel.
    Sport- en spelmaterialen die worden aangeschaft beschikken mogelijk over een CE-markering.
    Het spelmateriaal en het terrein/speelveld is geschikt voor de beoogde toepassing en brengt geen extra risico’s met zich mee.
    De organisatie draagt er zorg voor dat de aan hen toevertrouwde deelnemers zich houden aan wet- en regelgeving m.b.t. (hulp)middelen/materiaal en de afspraken die intern vooraf zijn gemaakt.
    Is er rekening gehouden met veranderde weersomstandigheden?
    Er is een mogelijkheid om buiten te schuilen.
    Elk terrein/speelveld/strand is vooraf gecheckt op mogelijk struikel- en valgevaar. Evt. aanwezige risicopunten zijn verwijderd of duidelijk gemarkeerd.

    Zet in het draaiboek/programma dat het terrein gecontroleerd moet worden! Als je dit niet zelf kunt doen, vraag dan hulp aan TD/KS.

    Is er een reële kans op een brandwond bij een deelnemer, begeleider of derde?
    Is er een reële kans op een flauwte bij een deelnemer, begeleider of derde?
    Is er een reële kans op een kneuzing bij een deelnemer, begeleider of derde?
    Is er een reële kans op een onderkoeling bij een deelnemer, begeleider of derde?
    Is er een reële kans op een oververhitting bij een deelnemer, begeleider of derde?
    Is er een reële kans op een oogletsel bij een deelnemer, begeleider of derde?
    Is er een reële kans op een oorletsel bij een deelnemer, begeleider of derde?
    Is er een reële kans op een schaafwond bij een deelnemer, begeleider of derde?
    Is er een reële kans op een snijwond bij een deelnemer, begeleider of derde?
    Is er een reële kans op verdrinking van een deelnemer, begeleider of derde?
    Is er een reële kans op een verrekking bij een deelnemer, begeleider of derde?
    Is er een reële kans op een verstuiking bij een deelnemer, begeleider of derde?
    Is er een reële kans op een materiële schade van eigendom(men) een deelnemer, begeleider of derde?

    Je hebt aangeven dat er voldoende kans op een van de bovengenoemde items is of dat je het nog niet weet. Neem beheersmaatregelen om het risico te verkleinen naar nee (onvoldoende) of zorg dat je er achter komt wat de risico’s zijn. Als je geen voldoende beheersmaatregelen kunt nemen om het risico naar aanvaardbare proporties te krijgen, overweeg dan om de activiteit geheel aan te passen of te schrappen. Let wel: het gaat om de veiligheid van de kinderen, vrijwilligers en/of derden. Denk hier niet te lichtzinnig over.

    Tip: Een beheersmaatregel kan zijn extra ondersteuning vanuit TD, KS, maar ook bv extra externe EHBO-ers. Overleg dit met jouw coördinator.

    Zorg dat de beheersmaatregel duidelijk in het draaiboek/programma staat.

    Er zijn tenminste 2 personen aanwezig met een geldig EHBO- of (beperkter) BHV-diploma. Als er geen EHBO-er aanwezig is, dan is er een EHBO-er telefonisch bereikbaar voor instructies.
    Bivak / hike
    Onderstaande vragen hebben betrekking op de bivak / hike (met name de locatie).
    Het terrein is schoon en opgeruimd.
    Het hele terrein is te overzien voor de leiding.
    Het speelterrein is duidelijk gescheiden van kampeerplekken, wegen en overige voorzieningen.
    Het terrein is afgerasterd met een veilig hekwerk, omsloten door water of een andere vorm van afscheiding.
    De toegang kan van binnenuit worden gesloten, maar is wel van buitenaf met sleutel te openen. - Denk aan toegangsmogelijkheid voor hulpdiensten zoals brandweer, ziekenauto.
    Er zijn regels voor het toelaten of weren van auto’s op het terrein; deze zijn bekent bij de medewerkers.
    Er zijn brandblussers op het terrein aanwezig.
    Er is een veilige verzamelplaats (bv niet op een weg waar de hulpdiensten geblokkeerd worden).
    Vuilopslag staat op voldoende afstand van kampeerplekken.
    Vuilcontainers staan geblokkeerd en afgesloten.
    Vuil wordt regelmatig afgevoerd.
    Gevaarlijke situaties op het terrein en/of in de omgeving zijn geïnventariseerd.
    Waar nodig zijn maatregelen genomen om de risico’s te beperken.
    niet direct de openbare weg kunnen oprennen; plassen en sloten; oversteekplaatsen; onveilige klim mogelijkheden; giftige of irritatie gevende planten en dieren; prikkel- of schrikdraad.
    Het terrein is voldoende droog.
    Het terrein heeft een goede afwatering.
    De kampeerplekken zijn redelijk tot goed beschut tegen wind en veilig voor vallend hout.
    Er is een aparte kampvuurplaats, voldoende vrij liggend van omgevende beplanting. (Meestal is een stookvergunning nodig).
    Het terrein is goed bereikbaar en goed bewegwijzerd, ook voor hulpdiensten.
    Er is een handenwasgelegenheid bij de sanitaire voorziening.
    Sanitair is wel op voldoende afstand van kampplekken maar ook niet te ver verwijderd.
    Sanitair is voldoende voor de aanwezige personen.
    Er zijn sanitaire voorzieningen voor meisjes en jongens. (zoals urinoir, zittoilet)
    Er is voldoende wasgelegenheid
    Er is gescheiden wasgelegenheid voor meisjes en jongens.
    Douches zijn voorzien van thermostatisch beveiligde warmwaterkranen.
    Voorzieningen zijn qua hoogte en grootte aangepast aan kinderen.
    Aanstekers en lucifers zijn buiten bereik van kinderen.
    EHBO-materiaal heeft een vaste, goed bereikbare plaats.
    Gebruikt materiaal is goed onderhouden en vrij van splinters en scherpe uitsteeksels.
    Slaapzakken zijn geschikt voor het doel, gelet op de temperatuur en vocht.
    Reservekleding wordt droog opgeborgen of beschermd tegen vocht.
    De deelnemers zijn voorgelicht over het juiste type rugzak en belading.
    De deelnemers hebben goede regenkleding en goed schoeisel bij zich.
    De deelnemers zijn voorgelicht over extra mee te nemen warme kleding.
    Slaapzakken en tenten worden regelmatig gelucht.
    Er wordt gelet op lichaamshygiëne bij deelnemers.
    Bij het sanitair is het mogelijk de handen te wassen en hierop wordt gewezen.
    Er zijn vooraf afspraken gemaakt dat er altijd een ‘alcoholvrije’ chauffeur aanwezig is voor noodgevallen.
    Alcoholgebruik onder overige vrijwilligers/beroepskrachten is beperkt om in noodgevallen over goed inzetbare menskracht te kunnen beschikken.
    Er is altijd een telefoon beschikbaar.
    Relevante gegevens van deelnemers en leiding zijn beschikbaar, evenals adressen en telefoonnummers van ouders.
    Eten bereiden
    De volgende items hebben betrekking op de bereiding van voedsel (eten en drinken).
    Wordt voldaan aan de HACCP-beginselen en de Hygiënecode voor kleine instellingen voor de bereiding van voedsel (die moet in de accommodatie aanwezig zijn)?
    Er wordt gelet op kruisbesmetting: geen snijplanken gebruiken voor groenten als deze al zijn gebruikt voor vlees.
    Er wordt niet gerookt in ruimten waar wordt gewerkt met voedsel.
    Kleine verwondingen worden direct rondom met waterafstotende pleister afgeplakt en er worden daarna huishoudhandschoenen aangetrokken.
    Vlees uit de winkel wordt altijd vervoerd in een afgesloten koelbox.
    Alle koude componenten worden tot vlak voor consumptie in de koeling of vriezer bewaard.
    Als het niet mogelijk is om producten gekoeld te bewaren wordt beheersing van presentatietijd (het zogeheten 2-uur borgingssyteem) toegepast.
    Etenswaren waarvan de houdbaarheidsdatum of de aangegeven maximumbewaartemperatuur is overschreden, worden niet geconsumeerd en direct weggegooid.
    Bereide etenswaren worden niet langdurig warm gehouden.
    Overschotten van bereide etenswaren worden verwijderd of direct en snel gekoeld tot minstens onder 7º C en zo kort mogelijk bewaard.
    Bereid vlees wordt gecontroleerd op voldoende gaarheid voor consumptie.
    Deelnemers zijn vooraf getraind in het gebruik van benzinebranders.
    Op het koken door deelnemers zelf is toezicht door leiding (Veiligheid, kwaliteit en gaarheid, hygiëne bij koken enz.)
    Bij koken in de buitenlucht en barbecues is altijd blusmateriaal beschikbaar.
    Barbecues staan stabiel en voldoende ver van brandbare voorwerpen.
    Er wordt rekening gehouden met eventuele diëten en medicijngebruik.
    Kampvuur
    Onderstaande items hebben betrekking op activiteiten waar een (soort van) kampvuur gemaakt wordt.
    Kampvuur wordt alleen onder toezicht van een verantwoordelijk vrijwilliger aangestoken zonder gebruik van ontvlambare en snel verdampende stoffen zoals spiritus.
    Er zijn voldoende blusmiddelen in directe nabijheid beschikbaar.
    Voor het aansteken is de omgeving gecontroleerd op en vrijgemaakt van brandbare stoffen.
    Er wordt voldoende afstand gehouden van het vuur.
    Er wordt geen snel brandbare kleding gedragen bij het vuur (Let op kunststoffen! Wol en katoen zijn wel geschikt).
    Bij sterke wind wordt geen vuur aangestoken.
    Het vuur wordt voortdurend bewaakt tot het is gedoofd en nageblust tot de as nat blijft en niet meer warm aanvoelt.
    Vuren worden altijd laag gehouden om de kans op verspreiding van vonken zo klein mogelijk te houden.
    Outdoor
    De volgende items hebben betrekking op outdoor(achtige) activiteiten ((boom/rots)klimmen, kabelbaan, abseilen, mountainbiken, stormbaan/hindernisparcours, survival, speleologie, paragliden, enz.).   Kanoën/kajakvaren/zeilen of zwemmen horen hier (in deze RIE) niet bij. Vul voor die wateractiviteiten de RIE voor zwemmen/varen in.
    De begeleiders die toezicht houden bij een outdooractiviteit zijn vooraf aangewezen. Let op: zorg dat de begeleiders en eventuele extra begeleiders (oa TD/KS) zijn benoemd in het programma!
    Outdoor- en survival-activiteiten algemeen: De samenwerking of het uitbesteden van activiteiten moet contractueel zijn vastgelegd. Hierbij zijn wederzijdse taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden duidelijk geregeld.
    Vanwege ketenaansprakelijkheid wordt gewerkt met erkende/gecertificeerde outdoor-activiteitbedrijven of –instructeurs. Minimale eis is dat zij zijn aangesloten bij brancheorganisatie VeBON.
    Er is een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering die vrijwilligers en deelnemers dekt of de mogelijkheid wordt geboden een dergelijke verzekering af te sluiten.
    Alle activiteiten zijn verzekerd. Worden deze door een derde uitgevoerd dan draagt die partij er zorg voor dat de juiste verzekeringen zijn afgesloten en overlegt hiervan de juiste polissen.
    Is er bij de instructie van deelnemers aandacht voor veiligheid?
    Zwemmen/varen
    Onderstaande items hebben betrekking op (watersport)activiteiten waar gezwommen en/of gevaren wordt.
    Vooraf zijn de taken van de begeleiders verdeeld en besproken.
    De (zwem)voorziening is gecontroleerd op veiligheid, (bij voorkeur is ook vooraf overlegd met de badmeesters (indien aanwezig)). Dit geldt ook voor een strand aan zee/meer of een watersportvoorziening.
    Het zwemprotocol is vooraf met alle begeleiders in teamverband besproken.
    De begeleiders beschikken over voldoende diploma’s met betrekking tot de activiteit.
    Het team heeft voldoende hulpmaterialen bij zich (zwembandjes, vleugels, zwemvesten) of heeft gecontroleerd of deze op de (zwem)accommodatie aanwezig zijn.
    Er is gecheckt of de deelnemers een diploma hebben voor ze (alleen) in het diepe zwembad of diep zwemwater gaan óf ze hebben aan de badmeester laten zien dat ze kunnen zwemmen (proefzwemmen).
    Tijdens een zwemactiviteit wordt doorlopend toezicht gehouden.
    De begeleiders zorgen ervoor dat deelnemers die geen diploma’s hebben of helemaal niet kunnen zwemmen niet in het diepe water komen.
    De begeleiders zorgen ervoor dat de deelnemers die wel diploma’s hebben en/of wel kunnen zwemmen niet vermoeid raken, te lange afstanden zwemmen of langer zwemmen dan zij kunnen volhouden.
    De begeleiders zorgen er voor dat de deelnemers geen onnodige risico’s nemen in of buiten het water (riskante spelletjes, elkaar langdurig onderduwen, etc.).
    De begeleiders zorgen ervoor dat bij andere wateractiviteiten zoals bij kanoën, duiken, raften, etc. de instructeur en/of het outdoor bedrijf beschikt over de juiste vergunningen en dat deze zijn gecheckt.
    De begeleiders zorgen ervoor dat deelnemers die niet willen of durven meedoen hiermee niet geplaagd of onder druk gezet worden om toch mee te doen.
    De begeleiders zorgen ervoor dat alle voorschriften voor veiligheid zoals die door instructeur worden gegeven worden uitgevoerd en er wordt actief gecontroleerd of de deelnemers zicht hieraan houden.
    Veiligheid 's nachts
    Onderstaande items hebben betrekking op de veiligheid 's nachts.
    Iedere avond wordt gecontroleerd of alle buitendeuren/tentflappen zijn afgesloten behalve de branduitgangen, die moeten open kunnen.
    Van alle ramen is vastgesteld dat deze niet helemaal open kunnen.
    De begeleiders hebben een aparte slaapruimte om te slapen, maar als dat nodig is liggen enkele leiders verspreid op de slaapzalen/-tenten bij de deelnemers.
    Aparte slaapruimten/-tenten voor de begeleiders zijn strategisch gekozen, zodat de branduitgangen en de deelnemers in de gaten kunnen worden gehouden.
    Er zijn aparte slaapruimten/-tenten voor deelnemers die ziek zijn, gepest worden of een lichte beperking hebben.
    Gevaarlijke zaken als alcoholhoudende drank, sigaretten, glaswerk en keukenmessen worden achter slot en grendel opgeborgen.
    Recreatieruimten/-tenten, opslagruimten/-tenten en andere ruimten/tenten die (’s nachts) niet functioneel zijn worden altijd afgesloten.
    Er worden begeleiders aangewezen voor een “wakker-blijf-dienst” van maximaal 3 uur. De nachtdienst wordt dus verdeeld.
    (Vul Nee in als er geen "wakker-blijf-dienst" is en geef een toelichting op welke andere manier de veiligheid 's nachts wordt bewaakt. bv begeleiders die heel laat naar bed gaan en andere begeleiders die zeer vroeg op staan, zodat er vrijwel altijd mensen wakker zijn. Begeleiders die slapen op herkenbare locaties voor het geval een deelnemer hulp nodig heeft).
    Overnachtingen in de buitenlucht worden vooraf duidelijk gecommuniceerd met ouders/verzorgers. De leiding overnacht mee, middelen om overnachting veilig te laten verlopen zijn aanwezig en er wordt vooraf een risico-inventarisatie uitgevoerd.
    Er zijn voldoende gekeurde brandblussers geplaatst (minimaal 1 per slaapruimte/-tent).
    Alle vluchtwegen en nooduitgangen zijn duidelijk aangegeven en worden altijd vrijgehouden van obstakels.
    Calamiteiten
    Onderstaande items hebben betrekking op (preventie van) calamiteiten.
    De coördinator heeft de calamiteitenplannen en het protocol huiselijk geweld gelezen.
    Bij het kiezen van een accommodatie wordt de risico-inventarisatie voor accommodaties gebruikt.
    Een team heeft minimaal 1 EHBO-er en 1 BHV-er of 2 BHV-ers met een EHBO-er op afstand die te bellen is voor instructie.
    Tijdens de vakantieweek blijven elke dag minstens 2 begeleiders nuchter, waaronder een chauffeur en een EHBO-er/BHV-er.
    Tijdens de vakantieweek wordt per activiteit een risico-inventarisatie voor activiteiten ingevuld en altijd voor het uitvoeren van de activiteiten met het hele team gezamenlijk doorgenomen.
    Voor aanvang van elke activiteit worden taken en verantwoordelijkheden verdeeld.
    De begeleiders kennen de routes, weten hoe ze de groep onder controle kunnen houden, kennen het vervoersprotocol en hebben elk een mobieltje bij zich, met hierin de belangrijke telefoonnummers.
    1 van de leiders is bij elke activiteit beschikbaar als achterwacht en bemant de "bezemwagen" om deelnemers zo nodig te kunnen vervoeren.
    Bij een calamiteit wordt de achterwacht (van de afdeling/district) gebeld en daarna de bevoegde functionaris van Humanitas, waarbij de aangegeven stappen worden gevolgd.
    Bij een calamiteit wordt deze naderhand altijd met het team besproken en worden de noodzakelijke vervolgstappen bepaald en uitgevoerd.
    Na de vakantieweek vindt altijd een evaluatie plaats en wordt het Incidenten- & (bijna-) ongevallen-formulier ingevuld.
    Gebruiksvergunning en brandveiligheid
    Onderstaande items hebben betrekking op de gebruikersvergunning en brandveiligheid.
    Er is een gebruiksvergunning aanwezig. Deze wordt gecontroleerd op geldigheid.
    De eisen die de gebruiksvergunning stelt aan de interne organisatie met betrekking tot de brandveiligheid (o.a. BHV) worden nageleefd/uitgevoerd.
    Ook de veiligheid van speeltoestellen wordt gecontroleerd.
    Alle vluchtwegen en nooduitgangen zijn duidelijk aangegeven en worden altijd vrijgehouden.
    Verboden voor roken en open vuur zijn duidelijk aangegeven en worden gehandhaafd.
    Het maximaal toelaatbare aantal personen is bekend en wordt niet overschreden.
    Er zijn voldoende, duidelijk zichtbare ontruimingsplattegronden in de accommodatie met daarop aangegeven de vluchtwegen en de plaats van blusmiddelen.
    Bij bezichtiging van de accommodatie worden alle branduitgangen en blusmiddelen gecontroleerd.
    Vervoersprotocol
    Onderstaande items hebben betrekking op de wijze hoe je naar de activiteit gaat indien deze niet op/in een aanpalend veld/gebouw plaatsvindt.
    Hoe (met welke vervoersmiddel) ga je naar de activiteit? Selecteer er meerdere als je meerdere vervoersmiddelen gebruikt. (bv Je gaat met de auto naar de sluizen en gaat te voet naar Veere. Selecteer dan per auto én te voet. bv2. Je gaat met de fiets naar het veer naar Kamperland. Selecteer dan per fiets én per veerboot/watertaxi).
    De begeleiders zorgen ervoor dat vervoer te voet altijd op de voorgeschreven manier gebeurt en dat er gebruik wordt gemaakt van de voorzieningen (b.v. zebrapaden).
    De begeleiders bepalen bij vervoer te voet/boot/anders vooraf of er extra begeleiding noodzakelijk is.
    Bij vervoer per fietsen wordt gebruik gemaakt van het fietspad of – als er geen fietspad is – aan de rechterkant van de weg gefietst.
    Alle fietsen voldoen aan de veiligheidseisen. Zitplaatsen voor kinderen beneden de 8 jaar moeten voldoende steun geven aan rug, handen en voeten. Voetensteun en spaakafscherming (geen jasbeschermers) zijn verplicht.
    Het aantal begeleiders per groep van ca. 20 kinderen bedraagt minimaal 2, d.w.z. 1 op 10 (maar liefst 1 op 4).
    Bij een heel grote groep wordt deze waar mogelijk in delen opgesplitst.
    Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van veiligheidshesjes (in ieder geval voor de begeleiders en als het kan ook voor alle kinderen).
    Een van de begeleiders fietst altijd vooraan, een achteraan.
    Als een groep wordt gesplitst, b.v. bij een verkeerslicht, wordt aan de overkant een verzamelplek afgesproken waar de groep opnieuw samengesteld wordt.
    Bij de niet beveiligde kruispunten beveiligen 2 volwassenen de kruising, begeleiden de groep bij het passeren van het kruispunt en fietsen daarna langs de groep weer naar voren.
    Het is niet toegestaan dat meerdere (parallel) groepen samen (als één groep) fietsen en er wordt altijd rustig twee-aan-twee gefietst.
    Alle veiligheidsregels worden vooraf met de kinderen doorgesproken.
    Elke bestuurder houdt zich aan de geldende verkeersregels en maximumsnelheden en worden nooit meer passagiers vervoerd dan er veiligheidsgordels/zitplaatsen aanwezig zijn.
    Elke bestuurder is in het bezit van een geldig rijbewijs en een inzittendenverzekering, waarvan bekend is hoeveel mensen in de auto daarmee voor een ongeval worden gedekt.
    Er wordt van tevoren altijd een schema gemaakt welke deelnemer/welke begeleider meegaat in welke auto/bus/boot/anders en dat wordt vóór iedere rit door de bestuurder gecontroleerd.
    Voor kinderen kleiner dan 135 cm met een maximum gewicht van 36 kilo wordt altijd gebruik gemaakt van een geschikt en goedgekeurd kinderzitje of stoeltje (Europese veiligheidsnormen) dat op de juiste manier is gemonteerd. Alle anderen inzittenden, ook achterin, dragen een veiligheidsgordel.
    Er wordt alleen geparkeerd/aangemeerd op een plek waar de kinderen veilig kunnen uitstappen - liefs aan de rechterkant/trottoirkant – en er wordt voorkomen dat ze direct de rijbaan op kunnen rennen. Bij minder-jarigen bij voorkeur de autodeuren op het kinderslot.
    Bij vervoer per bus/boot (uitsluitend met erkende/ gecertificeerde vervoersbedrijven) worden nooit meer kinderen vervoerd worden dan er zitplaatsen zijn en wordt voldaan aan de geldende veiligheidseisen.
    Notities
    Benoem beheersmaatregelen ter reductie van de risico's/ geef een toelichting op de antwoorden ter verduidelijking of als reminder (voor een later bespreekmoment).